Home | Theoretisch inbedding en verbinding theorie-praktijk helpen startende leraren om ongewenst gedrag van leerlingen aan te pakken en te voorkomen

Theoretisch inbedding en verbinding theorie-praktijk helpen startende leraren om ongewenst gedrag van leerlingen aan te pakken en te voorkomen

Veel startende leerkrachten in het basisonderwijs voelen zich niet goed in staat om adequaat in te spelen op ongewenst gedrag van leerlingen. Een aanpak waarbij aandacht is voor de samenhang van het omgaan met ongewenst gedrag met andere aspecten van goed onderwijs, zoals klassenmanagement, pedagogische klimaat en groepsvorming, kan hen daarbij ondersteunen. Ook is het belangrijk dat praktijkbegeleiders hun pedagogisch-didactische adviezen koppelen aan de op de opleiding behandelde theorie.

In het artikel ‘Op zoek naar synergie tussen praktijk en theorie. Aankomende en startende leerkrachten opleiden en begeleiden met het oog op preventie en aanpak van ongewenst gedrag’ gaan Anneke van der Linde, hoofddocent van de pabo, en de lectoren Ron Oostdam en Marco Snoek in op de vraag op hoe startende leerkrachten kunnen worden voorbereid op het voorkomen van en leren omgaan met ongewenst gedrag.
Dit artikel kreeg op het Congres voor Lerarenopleiders de tweede prijs bij de verkiezing van de beste artikelen in de jaargang 2017in het Tijdschrift voor Lerarenopleiders.

Veel startende leerkrachten in het basisonderwijs voelen zich niet goed in staat om adequaat in te spelen op ongewenst gedrag van leerlingen, hetgeen kan resulteren in gevoelens van onmacht, onzekerheid en incompetentie. Deze handelingsverlegenheid raakt een wezenlijke kern van hun professionaliteit, omdat het realiseren van een prettig en veilig klasklimaat een noodzakelijke voorwaarde is voor het verzorgen van kwalitatief goed onderwijs. Dat roept de vraag op hoe startende leerkrachten kunnen worden voorbereid op het voorkomen van en leren omgaan met ongewenst gedrag. 

Door middel van diepte-interviews met startende leerkrachten en ervaren praktijkbegeleiders is inzicht verkregen in de ontwikkeling van leerkrachtcompetenties met betrekking tot de preventie en aanpak van ongewenst gedrag. Daarnaast zijn excellente leerkrachten gevraagd naar hun ervaringen en aanbevelingen. Op grond van de resultaten worden aanbevelingen gedaan voor de pabo-opleiding en de begeleiding van startende leerkrachten.

Kennis over ongewenst gedrag moet worden verbonden met kennis over goed onderwijs

Tijdens de verschillende fasen van de opleiding is het niet alleen essentieel om theoretische kennis te verwerven over verschijningsvormen en oorzaken van ongewenst gedrag, maar ook om de samenhang te benadrukken met andere aspecten van goed onderwijs, waaronder klassenmanagement, pedagogische klimaat en groepsvorming. Daarnaast is het werken met persoonlijke ervaringen van studenten van belang voor een betekenisvolle vertaling en toepassing van theorie naar praktijk en duiding van praktijk met behulp van theorie.

Meer aandacht voor koppeling praktijk en theorie helpt starters bij de aanpak van ongewenst gedrag

Praktijkbegeleiders zouden hun pedagogisch-didactische adviezen meer expliciet kunnen koppelen aan het aangeboden theoretische kader binnen de opleiding. Opleiden ‘op het instituut’ en ‘in de praktijk’ versterken elkaar op deze wijze en dragen bij aan het opbouwen van een persoonlijk handelingsrepertoire van startende leerkrachten, bij zowel het omgaan met ongewenst gedrag als met het geven van kwalitatief goed onderwijs.

Het artikel

Meer weten: Anneke van der Linde