Home | Onze projecten | Samenwerking in het opleiden van leraren | Projectbeschrijving

Projectbeschrijving

Als dagelijks begeleider van de leraar-in-opleiding (lio) geeft de werkplekbegeleider het leerproces in belangrijke mate vorm. Een veel gehoorde uiting van lio’s is dat er een kloof bestaat tussen de theorie die zij in de lerarenopleiding leren en de praktijk die zij op de school ervaren. De werkplekbegeleider speelt onder meer een belangrijke rol in het dichten van de kloof door de lio te begeleiden in het leggen van de verbinding tussen theorie, praktijk en de persoon van de lio.

Het blijkt echter lastig om te definiëren wat begeleiden op de werkplek precies inhoudt en er blijken  geen duidelijke richtlijnen te bestaan (Kroeze, 2014). Uit onderzoek blijkt dat WPBs het vaak lastig vinden om hun praktijkkennis te combineren met theorie en uit een internationale review bleek dat WPBs lang niet altijd genoeg zijn voorbereid om toekomstige leraren goed te kunnen begeleiden (Hennissen, 2011; Clarke, 2014). Hoewel onderzoek inzichten heeft opgeleverd in begeleidingsvaardigheden (Crasborn & Hennissen, 2010) en in werkzame voorbeelden van ‘samen opleiden’ (Driessen et al. 2016, 2017), is er nog weinig structureel aandacht voor en inzicht in de bijdrage die WPB-lio begeleidingspraktijken kunnen leveren in het verbinden van theorie, praktijk en de persoon van de lio. Bestaande instrumenten die in de praktijk worden gebruikt zoals het Kijkkader (Platform Samen Opleiden & Professionaliseren, 2018), het VESIt-model van Korthagen et al. (2002) en de waaier beroepsstandaard voor lerarenopleiders (VELON, 2019) zijn niet specifiek gericht op het verbinden van de theorie, praktijk en de persoon van de lio op het niveau van de WPB. Zo is het kijkkader bijvoorbeeld bedoeld als hulpmiddel voor een gesprek over opleidingspraktijken binnen de opleidingsschool.

Dit onderzoek richt zich op het ontwikkelen van een uitgebreid kijkkader of instrument voor het evalueren en uitbouwen van werkzame WPB-lio begeleidingspraktijken in de school. Het instrument moet niet alleen kansen bieden om een theoretische basis te geven voor manieren waarop WPBlio begeleidingspraktijken de verbinding tussen theorie, praktijk en de persoon van de lio bevorderen, maar ook laten zien wat goede voorbeelden zijn, wat deze goede voorbeelden kenmerkt (ontwerpprincipes) en moet bruikbaar zijn voor de professionalisering van WPBs.

Onderzoeksvragen zijn:

  1. Op welke manieren begeleiden werkplekbegeleiders leraren-in-opleiding in het verbinden van theorie, praktijk en persoon en wat zijn daarbij uitdagingen en succesfactoren?
  2. Welke ontwerpprincipes zijn geschikt om de begeleidingspraktijk gericht op het verbinden van theorie, praktijk en persoon door de leraar-in-opleiding te optimaliseren? En wat zijn goede voorbeelden?
  3. Hoe kan de ontwikkelde TPP-zelfscan ingezet worden voor verdere professionalisering van werkplekbegeleiders?


Het onderzoek is gericht op de ontwikkeling van een Theorie-PraktijkPersoon-zelfscan voor WPBs (de TPP-zelfscan). Deze scan faciliteert bewustwording en ontwikkeling van manieren om theorie en praktijk te verbinden in de samenwerking tussen lio en werkplekbegeleider. De TPP-zelfscan zal een digitale tool worden, die WPBs concreet bevraagt op

  • welke effectieve begeleidingspraktijken zij inzetten,
  • hoe en in welke mate zij de verbinding tussen theorie, praktijk en persoon van de lio hierin weten te leggen, en
  • in hoeverre de drie leerprocessen van reflecteren, verbinden en afstemmen hierin terugkomen (Koster & Stappers, 2019).


Praktijkpartners worden in iedere fase betrokken bij de totstandkoming van de TPP-zelfscan. De TPP-zelfscan geeft een terugkoppeling van de begeleidingspraktijken die de WPB beheerst en toepast en helpt de ontwikkelpunten in de begeleidingspraktijken te identificeren. De ontwikkelpunten worden geïllustreerd met ‘good practices’, beschrijvingen van effectieve begeleidingspraktijken.

In drie fasen wordt via literatuuronderzoek en praktijkinventarisatie (fase 1), participatory design onderzoek (Könings et al., 2014) (fase 2) en, tot slot, bredere verspreiding en evaluatie van de TPPzelfscan (fase 3) toegewerkt naar een door de praktijk-geïnformeerde en getoetste ‘tool’ die binnen alle opleidingstrajecten inzetbaar is.