Home | Onze projecten | Gebruik maken van verborgen kennisbronnen | Projectbeschrijving

Projectbeschrijving

Veel leerlingen ervaren een discontinuïteit tussen thuis en school. De theorie over Funds of knowledge beschrijft hoe scholen gebruik kunnen maken van de kennis en vaardigheden die leerlingen buiten school opdoen (hun verborgen kennis(bronnen)) om betrokkenheid bij school en leren te bevorderen. In dit project werken basisschoolleerkrachten, lerarenopleiders en onderzoekers samen aan een onderzoek dat tot doel heeft (a) goede voorbeelden te verzamelen en ordenen van hoe leraren in het basisonderwijs zicht kunnen krijgen op de verborgen kennis(bronnen) van leerlingen en hier gebruik van kunnen maken; (b) inzicht te verkrijgen in de effecten van het gebruikmaken van kennis(bronnen) van leerlingen op socialisatie en persoonsvorming; (c) inzicht te verkrijgen in de mechanismen die deze effecten kunnen verklaren. Het project is begonnen in september 2018 en duurt t/m eind februari 2020.
De leraren (groep 1 tot en met 8) verzamelden eerst goede voorbeelden uit hun eigen praktijk. Zij bleken verborgen kennisbronnen van leerlingen vaak toevallig te ontdekken, bijvoorbeeld wanneer een leerling zelf een onderwerp waarin hij/zij geïnteresseerd was ter sprake bracht, of als de leraar toevallig merkte dat een leerling iets goed kon (bijv. dansen of rappen) of veel wist over een onderwerp (bijv. winkelen, dierentuin, gezondheid). Vervolgens stelden de leerkrachten elk een plan van aanpak op om nog meer kennisbronnen van leerlingen te vinden en ermee te werken. Elke leraar volgde dat plan ongeveer een half jaar lang en hield een logboek bij. De leraren zijn twee keer geïnterviewd over hun aanpak en de effecten die ze zagen. Na afloop interviewden we ook zestig leerlingen. De leerlingen uit de bovenbouw vulden bovendien vooraf en achteraf een vragenlijst in waarin we vroegen naar de aandacht die ze op school ervaren voor hun persoonlijke ontwikkeling, hun relatie met de leerkracht en medeleerlingen, hun houding en vaardigheden ten aanzien van omgaan met diversiteit, en het sociale netwerk in de klas. De vragenlijst werd ook ingevuld door leerlingen uit een aantal vergelijkbare klassen waar niet bewust met verborgen kennisbronnen werd gewerkt (totaal N= 303).
De leraren bleken op verschillende manieren te werk te gaan om buitenschoolse kennis en vaardigheden te ontdekken. Zij namen korte vragenlijsten af bij de leerlingen, voerden bewust gesprekjes met ouders en leerlingen of observeerden doelgericht een bepaalde leerling. Leraren bedachten ook verschillende manieren om de buitenschoolse kennis van leerlingen tijdens de les in te zetten. Ze maakten bijvoorbeeld een leerling die veel wist over een onderwerp tot expert of sloten in opdrachten en oefeningen aan bij de ervaringen van leerlingen. Soms werd een buitenschoolse kennisbron zelfs aanleiding voor een project, resulterend in een musical, een voorstelling of een tentoonstelling en werden er ouders en andere klassen bij betrokken.
De leraren zagen positieve effecten op de sociale en persoonlijke ontwikkeling van hun leerlingen. Ze constateren bij hen bijvoorbeeld meer zelfvertrouwen, motivatie en enthousiasme en merken dat zij elkaar inspireren en leren over zichzelf en elkaar. In sommige klassen ontstond volgens de leraren ook een opener sfeer. In de interviews met leerlingen kwam naar voren dat de aandacht voor ‘hun’ onderwerpen hen motiveerde. De leraren zien daarnaast een effect op henzelf: ze leren andere kanten van hun leerlingen kennen en versterken naar eigen zeggen hun band met individuele leerlingen en met de hele klas.