Home | Goede begeleiding voor startende leraren voorwaarde om voortijdige uitval te voorkomen

Goede begeleiding voor startende leraren voorwaarde om voortijdige uitval te voorkomen

et een lerarentekort in het vooruitzicht is het van belang om startende leraren een ‘zachte landing’ te geven. In het begin wordt werken in onderwijs namelijk als heftig, intensief en soms zelfs slopend ervaren. Schoolleiders hebben dan ook de taak te zorgen voor effectieve ondersteuning en goede begeleidingsprogramma’s, zodat startende leraren niet vroegtijdig het vak verlaten.

In het boek Startende leraren in het po en vo. Goede begeleiding aan het begin van de loopbaan beschrijft Marco Snoek, lector Leren & Innoveren aan het Kenniscentrum Onderwijs en Opvoeding van de HvA en projectleider van het project Junior leraar, de inzichten die in de afgelopen jaren ontwikkeld zijn. Hij vertaalt ze naar concrete aanwijzingen voor de inrichting van die begeleidingsprogramma’s. Daarbij staan twee perspectieven centraal.

Allereerst het perspectief van de leerling. Uitgangspunt is dat het begeleiden van startende leraren niet alleen van belang is voor de starter, maar juist voor de leerling. Startende leraren die net van de opleiding af komen, zijn immers ‘slechts’ startbekwaam en kunnen en moeten zich nog verder ontwikkelen om leerlingen optimaal te kunnen ondersteunen.
Het tweede perspectief heeft betrekking op het beroep, waarbij het uitgangspunt is dat het beroep van leraar een continuüm is. De leraar blijft zich dus ontwikkelen; het is een proces van levenslange ontwikkeling. Dat perspectief heeft grote implicaties voor leraren, schoolleiders én de leercultuur binnen scholen.
Die twee perspectieven vormen een rode draad waarmee de belangen van leerlingen, startende en ervaren leraren en schoolleiders in dit boek met elkaar verbonden worden.

De inzichten en inspiratie voor dit boek zijn voor een belangrijk deel afkomstig uit de activiteiten en netwerken rond het project Junior Leraar, een project waarbinnen de Hogeschool van Amsterdam en scholen voor primair en voortgezet onderwijs in de regio Amsterdam de afgelopen jaren hebben samengewerkt (zie www.hva.nl/juniorleraar). De vele gesprekken die in die periode met startende leraren, coaches en schoolleiders gevoerd zijn, zijn verwerkt in de verschillende hoofdstukken en in de voorbeelden die daarin opgenomen zijn.

Snoek, M. (2018). Startende leraren in het po en vo. Goede begeleiding aan het begin van de loopbaan. Huizen: Uitgeverij Pica.

Een kortere versie van (een deel van) de tekst is ook te vinden in de bundel Goede condities voor startende leraren die het Steunpunt Opleidingsscholen in 2017 uitbracht, aangevuld met 15 praktijkvoorbeelden van begeleiding van startende leraren binnen het primair onderwijs.

Meer weten: Marco Snoek

Overzicht van de inhoud van het boek: Snoek, M. (2018). Startende leraren in het po en vo. Goede begeleiding aan het begin van de loopbaan. Huizen: Uitgeverij Pica.

Deel 1: Probleem en aanleiding over het beroep van leraar

In het eerste deel van het boek wordt de begeleiding van startende leraren in een bredere context geplaatst. Aandacht voor de startfase van het lerarenberoep is noodzakelijk omdat het beroep gekenmerkt wordt door een abrupte overgang en een sterk isolement. Dat heeft verschillende effecten op leraren en schoolculturen, en op de lerarenopleidingen.

Deel 2: Over het leren van leraren

Dit deel van het boek staat bij een aantal achtergronden van het leren van leraren die van belang zijn bij het ontwerpen van goede begeleidingsprogramma’s voor starters.

Hoofdstuk 2 toont aan dat de inductiefase cruciaal is in een continuüm van ontwikkeling en groei.

Hoofdstuk 3 benadrukt dat schoolleiders die leraren in dit continuüm willen ondersteunen, aandacht moeten hebben voor de leerbronnen die binnen en buiten de school beschikbaar zijn – ervaring, collega’s en theorie – en zich moeten inzetten voor het effectief gebruik daarvan.

Hoofdstuk 4 belicht de inhouden die centraal moeten staan in de begeleiding van startende leraren, vanuit de kenmerken van een goede leraar.

Hoofdstuk 5 ten slotte behandelt het omgaan met maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van het onderwijs, en het functioneren van de leraar in een multiculturele en stedelijke context.

Deel 3: Ontwerp van een samenhangend curriculum voor startende leraren

Waar het in deel 2 van het boek vooral ging over een aantal achtergronden bij het ontwerpen van begeleidingsprogramma’s voor startende leraren, staan in deel 3 de programma’s zelf centraal. De inzichten uit deel 2 worden daarbij vertaald naar concrete handvatten.

Allereerst staat hoofdstuk 6 van het boek stil bij de doelen van begeleidingsprogramma’s. Hoofdstuk 7 gaat vervolgens in op het globale ontwerp, met als uitgangspunt een duur van drie jaar. Hoofdstuk 8 gaat in op de rol van observatie-instrumenten en belicht een specifiek voorbeeld: het ICALT-instrument van de Rijksuniversiteit Groningen. Hoofdstuk 9 legt de nadruk op begeleiding als dialoog. In dat hoofdstuk is ook aandacht voor de Dialoogkaarten van het project Junior Leraar. Een begeleidingsprogramma waarin leren centraal staat kan niet zonder beoordeling en feedback. Hoofdstuk 10 van het boek sluit daarom dit deel daarmee af.

Deel 4: Inbedding in de school: naar een lerende organisatie

In het laatste deel van het boek wordt de verbinding gemaakt tussen het begeleidingsprogramma en de schoolorganisatie als geheel.

Hoofdstuk 11 beschrijft hoe begeleiding van startende leraren ingebed moet zijn in het strategisch personeelsbeleid van de school. Dat maakt inductieprogramma’s niet alleen een zaak van coaches, maar ook van bestuurders, HR-medewerkers, directeuren en teamleiders.

In hoofdstuk 12 wordt de lijn van professionele ontwikkeling doorgetrokken naar de periode ná de inductie. Daarbij gaat het om loopbaan- en ontwikkelpaden voor leraren binnen scholen, en om ondersteuning bij het ingroeien in nieuwe rollen die nieuwe competenties vragen.

Hoofdstuk 13 verbindt inductieprogramma’s met een schoolbrede leercultuur. Hoofdstuk 14 ten slotte zoomt in op de rol van de schoolleider en biedt een terugblik op de verschillende hoofdstukken vanuit zijn perspectief.