WOA
Dragen afstudeeronderzoeken bij aan boundary crossing van onderzoek naar praktijk en vv?

Studenten van de academische pabo voeren een afstudeeronderzoek uit waarbij wetenschappelijk onderzoek en verbetering van de onderwijspraktijk binnen scholen met elkaar in verbinding moeten worden gebracht. Om die verbinding (boundary crossing) te realiseren is het van belang dat bij alle betrokkenen sprake is van eigenaarschap en betekenis en dat een dialoog ontstaat.

In Nederland zijn sinds 2008 op diverse plekken 'academische pabo's' gestart. Doelstelling van deze academische pabo's is om studenten op te leiden die les kunnen geven in het basisonderwijs en daarnaast instaat zijn onderzoek te doen en wetenschappelijke kennis binnen de basisschool toe te passen. Daarmee moeten afgestudeerden van een academische pabo kunnen functioneren als bruggenbouwer tussen de praktijk van de basisschool en de wereld van de wetenschap. Het afstudeeronderzoek lijkt daarvoor een voor de hand liggend instrument.

Als koorddanser balanceren tussen opleiding en basisschool

Functioneren als bruggenbouwer vraagt echter veel van studenten. Opleiders van de academische pabo ervaren dat studenten er in hun afstudeeronderzoek lang niet altijd in slagen om die werelden met elkaar te verbinden. De (wetenschappelijke) verwachtingen van de opleiding en de (praktische) verwachtingen van de school ten aanzien van het afstudeeronderzoek lopen nogal eens uiteen.

Het afstudeeronderzoek als instrument voor boundary crossing

De Activiteitstheorie van Engeström biedt bruikbare aanknopingspunten om grip te krijgen op het vraagstuk hoe de praktische impact van het afstudeeronderzoek vergroot kan worden en hoe studenten kunnen worden ondersteund in hun rol van bruggenbouwer. Voorwaarde voor een effectieve inzet van afstudeeronderzoek als middel om wetenschap en praktijk te verbinden is dat

  • school én opleiding eigenaarschap ervaren t.a.v. het afstudeeronderzoek;
  • het afstudeeronderzoek betekenis heeft voor zowel opleiding als basisschool;
  • het afstudeeronderzoek de dialoog tussen school en opleiding bevordert.

Implicaties voor student, opleiding en basisschool

Om met het afstudeeronderzoek een rol te kunnen spelen als boundary crosser moeten studenten bij hun afstudeeronderzoek zichtbaar zijn binnen de school, initiatief nemen en daarbij voortdurend nadenken over de positie die ze kiezen en hebben in de school. Dat vraagt van studenten assertiviteit en zelfvertrouwen, maar ook inzicht in organisatiedynamiek en in veranderprocessen. In de opleiding moet systematisch aandacht zijn voor de theorie en vaardigheden die de student als boundary crosser nodig heeft. Daarnaast vraagt het van de opleiding en onderzoeksbegeleiders dat zij het afstudeeronderzoek meer gaan zien als interventie- en veranderimpuls. Onderzoeksbegeleiders moeten zich realiseren dat een afstudeeronderzoek als boundary object meer van studenten vraagt dan alleen onderzoeksvaardigheden en hen daarin moeten ondersteunen. Een afstudeeronderzoek dat bijdraagt aan schoolontwikkeling vraagt van de basisschool betrokken 'opdrachtgeverschap', waarbij het afstudeeronderzoek ingebed wordt binnen een bredere beleids- en ontwikkelagenda van de school.

Snoek, M., Bekebrede, J., Hanna, F., Creton, T., Edzes, H. (2016). Hoe het afstudeeronderzoek van een academische pabo kan bijdragen aan schoolontwikkeling. Tijdschrift voor Lerarenopleiders, 37(2), 29-42.