WOA

De Kennisrotonde is het online loket voor de snelle beantwoording van vragen uit het onderwijs met kennis uit onderzoek. Iedereen die werkt in of nabij de onderwijspraktijk van het primair onderwijs, voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs kan vragen stellen. Deze vragen beantwoordt de Kennisrotonde met wetenschappelijk gefundeerde inzichten over wat wel en wat niet werkt.
Voor deze website hebben we de vragen geselecteerd die gaan over de thema’s van de werkplaats.
Wil je meer weten of zelf een vraag inbrengen: https://www.nro.nl/kennisrotonde/over/

Het is niet bekend of luisteren naar muziek invloed heeft op concentratie en motivatie van leerlingen in het primair onderwijs. Er is wel onderzoek gedaan naar het effect van muziek luisteren op cognitieve taken. Achtergrondmuziek blijkt geen, tot een klein negatief effect te hebben op het uitvoeren van cognitieve taken zoals geheugentesten en begrijpend lezen. Er zijn echter ook onderzoeken, bijvoorbeeld onder studenten, die wel positieve effecten vinden.
Meer..

Liegen tegen kinderen leidt ertoe dat kinderen zelf ook meer liegen. Op latere leeftijd kan dit zorgen voor probleemgedrag, asociaal gedrag, diefstal, criminaliteit, vechten en depressiviteit. Kinderen vinden een leugen om de ander zich beter te laten voelen minder erg dan leugens om fouten te verbergen. Wat de gevolgen zijn van het vertellen van leugentjes om bestwil, of onwaarheden over bijvoorbeeld sinterklaas op de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen is niet bekend. Ontdekken dat fantasiefiguren zoals sinterklaas niet bestaan, blijkt bij kinderen, in tegenstelling tot bij hun ouders, weinig negatieve gevoelens op te roepen.
Meer..

Escalerend leerlinggedrag kan worden voorkomen of verminderd door gerichte interventies van de leraar. Bijvoorbeeld door een time-out, het tijdelijk de klas uitsturen van een leerling. De leraar moet in dat geval kunnen vertrouwen op een deskundige collega, een achterwacht, die de leerling opvangt en tot rust brengt. Deze ondersteuning vereist verbale en non-verbale vaardigheden, alsmede zelfbeheersing, empathie en inzet van lichaamstaal. Over het effect van de achterwacht op scholen is weinig bekend.
Meer..

Leraren kunnen verschillende strategieën gebruiken om hun emoties te hanteren. Een emotionele situatie herwaarderen in niet-emotionele termen kan bijvoorbeeld helpen. Leren omgaan met emoties door ze te tonen, is ook effectief. Voorts helpt het als de leraren binnen een school het eens zijn over gewenst leerlinggedrag. Er bestaan verschillende instrumenten en trainingen gericht op het herkennen en vervolgens reguleren van stress en emoties. Over de effectiviteit van deze instrumenten is geen informatie gevonden.
Meer..

Opleiding en professionalisering van schoolleiders draagt op verschillende manieren bij aan hun functioneren en de schoolorganisatie. Zo leidt scholing van schoolleiders tot meer kennis en vaardigheden op het gebied van onderwijskundig leiderschap en schoolverbetering. Tevens vergroot scholing de self-efficacy van schoolleiders, de eigen overtuiging dat zij onderwijsverbeteringen kunnen realiseren. Daarnaast besteden schoolleiders door professionalisering meer tijd aan onderwijskundige taken en het bevorderen van een professionele leeromgeving voor het personeel. Professionalisering van schoolleiders doet er dus toe, voor de organisatie en de medewerkers, maar er is geen bewijs dat dit doorwerkt op de onderwijskwaliteit.
Meer..

Woordlabels kunnen deel uitmaken van een tekstrijke omgeving voor leerlingen in groep 1 en 2. Hoewel er geen onderzoek is naar de effecten van het labelen van voorwerpen, is wel bekend dat tekstrijke omgevingen taalontwikkeling bevorderen. Belangrijk daarbij is dat tekst betekenisvol is en dat leerkrachten kinderen betrekken in het gebruik van deze teksten, bijvoorbeeld in spel. Ook moeten leerkrachten hun klaslokaal bewust inrichten; een teveel aan (visuele) prikkels kan afleidend werken.
Meer..

Over de effectiviteit van verschillende typen co-teaching op de leerresultaten, betrokkenheid en sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen is wel een en ander bekend. Maar juist over effecten van de variant duobaan ontbreken onderzoeksgegevens. De andere vormen van co-teaching verschillen wezenlijk op het punt van de verhouding tussen aantallen leraren en leerlingen. Daarom vallen de onderzoeksuitkomsten van die vormen niet te vertalen naar de variant duobaan.
Meer..

De inzet van onderwijsassistenten heeft een positief effect op het werkplezier, het stressniveau en de werkdruk van leraren. Echter, hoe meer onderwijsassistenten doen, hoe minder leerlingen vooruitgaan in leerprestaties. Dit komt door de mindere kwaliteit van de instructie die onderwijsassistenten geven en door de onduidelijkheid over hun rol. Schoolleiders en leraren dienen helder te maken welke rol onderwijsassistenten hebben en de werkwijze systematisch te evalueren. Het is belangrijk leraren te scholen in hoe onderwijsassistenten hen kunnen ondersteunen, en onderwijsassistenten te trainen in het uitvoeren van interventies.
Meer..

Om samenwerkend leren effectief te laten zijn, is een goede interactie tussen groepsleden en een juiste didactische vormgeving essentieel. Leerkrachten moeten leerlingen voorbereiden en ondersteunen om samen te werken. Dat kunnen ze doen door leerlingen te trainen in sociale vaardigheden, de juiste taken te kiezen, leerlingen interactieregels te laten toepassen en individuele feedback te geven over interactie. Training van leerkrachten hierop kan helpen.
Meer..

Co-teaching is effectief als ambulante begeleiders werken aan de ondersteuningsbehoeften van basisschoolleerkrachten op basis van gelijkwaardigheid en vertrouwen. Dan kan het handelingsrepertoire van de leerkrachten worden uitgebreid. Ambulante begeleiders vervullen twee rollen: die van collega-leerkracht en die van proces- en strategiebegeleider. Om het handelingsrepertoire van leerkrachten te vergroten, heeft de ambulante begeleider kennis nodig over het toepassen van leerstrategieën. Daarnaast dient hij te beschikken over kwaliteiten als reflectievermogen op zijn eigen handelen en open staan voor andere wijzen van leren door leerkrachten. Verder is hij flexibel en creatief, en in staat te anticiperen op actuele situaties.
Meer..

Een lotingssysteem bij overaanmelding voor middelbare scholen zal voor een beperkt deel van de ouders (waarschijnlijk rond de tien procent) reden zijn een andere school te kiezen. Een school waar zekerheid is over plaatsing. Ongeveer driekwart van de ouders zou ondanks de loting de kinderen toch aanmelden. Verschillen hierin tussen scholengemeenschappen en categorale scholen zijn niet gevonden. Het vergroten van brugklassen als alternatief voor loting zal zonder aanvullende maatregelen vermoedelijk leiden tot lagere leerprestaties.
Meer..

Schrijven op papier of op een beeldscherm leidt niet tot dezelfde schrijfresultaten, zo laat recent onderzoek zien. Het gladdere oppervlak van het beeldscherm heeft gevolgen voor de schrijfhandelingen en het schrijfproduct. Dat geldt vooral voor de schrijfsnelheid (hoger), de lettergrootte (groter) en de handschriftkwaliteit. Deze handschriftkwaliteit is met name voor jonge schrijvers die op een tablet schrijven lager. Het lijkt daarom vooralsnog niet raadzaam om tablets te gebruiken om te leren schrijven.
Meer..

Het effect van digitaal toetsen versus schriftelijk toetsen verschilt per leerdomein. Leerlingen presteren slechter op een digitale toets begrijpend lezen dan op een papieren leestoets, zeker als het gaat om een lange en informatieve tekst. Voor spelling is het nog onduidelijk wat het effect is van digitaal dan wel op papier toetsen. En bij rekenen lijken er geen verschillen in prestaties te zijn. Ook voor de eindtoets die alle groep-8 leerlingen aan het eind van het schooljaar maken zijn de prestaties op de digitale en papieren versie vergelijkbaar.
Meer..

Er is in het Nederlands één instrument beschikbaar dat specifiek meet hoe kinderen omgaan met gevoelens van boosheid, angst en verdriet, en welke strategieën zij gebruiken om hun emoties te reguleren: de FEEL-KJ. Het instrument bestaat uit een zelfrapportage die kinderen en jongeren van acht tot achttien jaar kunnen invullen. FEEL-KJ is voor het onderwijs goed bruikbaar om inzicht te krijgen in de emotieregulatie van leerlingen.
Meer..

Het maakt waarschijnlijk weinig uit of kolomsgewijs rekenen wel of niet als tussenstap tussen hoofdrekenen en cijferen aan leerlingen wordt aangeboden. Rekenmethoden blijken een verwaarloosbaar tot hooguit klein effect te hebben op rekenprestaties.
Meer..

Een proactieve houding en het nemen van verantwoordelijkheid zijn belangrijke voorwaarden voor de professionele ontwikkeling van leraren. De schoolleider biedt leraren hierbij ondersteuning en neemt barrières weg. Andere factoren die in samenhang bijdragen aan een effectieve professionele ontwikkeling zijn: gezamenlijk leren, tijd nemen voor een duurzaam resultaat, pedagogische kennis combineren met vakkennis die gericht zijn op het verbeteren van leerresultaten bij leerlingen. Dit alles in een positief leerklimaat.
Meer..

Voorwaarden voor een succesvolle samenwerking tussen basisonderwijs, kinderopvang en jeugdhulp zijn nabijheid en gelijkwaardigheid, kennis van en waardering voor elkaars inbreng, commitment, het vaststellen van gemeenschappelijke doelen, goede informatie-uitwisseling, ondersteunend management en voldoende middelen. Omdat het om recente ontwikkelingen gaat, zijn nog geen gegevens beschikbaar over langetermijneffecten van deze samenwerking op het verloop van (school)loopbanen van leerlingen.
Meer..

De diversiteit en problematiek van leerlingen in internationale schakelklassen (ISK) is groot. De onderwijsbehoefte en individuele begeleiding van ISK-leerlingen verschilt fors van die in het reguliere onderwijs. Essentiële competenties van leraren zijn: het kunnen signaleren van mogelijke trauma’s, open staan voor de cultuur en ervaringen van leerlingen, goed kunnen communiceren met leerlingen en hun ouders, en specialistische kennis van tweedetaalverwerving. Specifiek voor mentoren zijn geen competenties bekend.
Meer..

Wanneer meerdere professionals zich dagelijks met dezelfde groep leerlingen bezighouden, zoals gebeurt in het unitonderwijs, zijn het werken vanuit een gedeelde visie en een gedeeld pedagogisch beleid essentieel. Vooral het samen betekenis geven aan goed onderwijs, goed leren en goed lesgeven zijn daarbij belangrijke factoren. Welke invloed deze werkwijze heeft op de ontwikkeling van jonge leerlingen van vier tot zes jaar is echter niet bekend.
Meer..

Leraren in Nederland werken meer uren per week dan de vastgestelde norm. Leraren primair onderwijs maken meer overuren dan leraren voortgezet onderwijs. In vergelijking met andere Europese landen maken Nederlandse leraren veel uren. Dit geldt voor primair en voortgezet onderwijs. De verhouding tussen lesgebonden en niet-lesgebonden activiteiten ligt ongeveer op het Europese gemiddelde.
Meer..

Leraren werken binnen formele kaders en richtlijnen en dat beïnvloedt hun professioneel oordelen en handelen. Inhoud en werkwijze in het onderwijs liggen voor een groot deel vast omdat er zowel voor po, vo als mbo eindtoetsen en eindexamens worden afgenomen. Leraren lijken hun professioneel handelen in de praktijk desondanks vaker te laten sturen door hun eigen opvattingen over goed onderwijs. Ze kijken daarbij – naar eigen zeggen – veel meer naar de leerling dan naar de leerstof.
Meer..

Intervisie is een van de mogelijke werkvormen om startende leraren te ondersteunen binnen een zogenoemd inductieprogramma. Onderzoek naar de effectiviteit van intervisie in dit kader is schaars. Maar onderzoek naar verwante vormen van professionalisering biedt aanknopingspunten. Om bij te dragen aan inductietrajecten zou intervisie moeten voldoen aan een aantal kenmerken. Kort gezegd gaat het om praktische en sociale integratie, ondersteuning bij het werk in de klas en het primaire proces, en aandacht voor loopbaanontwikkeling.
Meer..

Een succesvolle aanpak van professionalisering van leraren voor lesgeven met ict hangt samen met de visie van de school op onderwijs en onderwijsvernieuwing. De aanpak moet passen bij de schoolorganisatie. De school biedt ruimte om leraren actief en onderzoekend aan de slag te laten gaan. Het praktisch nut voor de leraar in de lespraktijk staat voorop. Er zijn verschillende competentieprofielen voor leraren voor leren en lesgeven met ict. Het is goed om te kijken wat er al in huis is, wat er mag worden verwacht en wat er nog nodig is.
Meer..

Voor (beginnende) leraren zijn begeleide video-analyse en synchroon coachen met een oortje effectieve manieren om klassenmanagement, didactiek en de pedagogische relatie met leerlingen te ontwikkelen. Hoewel er geen onderzoek naar is gedaan, is het plausibel dat deze werkwijze ook voor beginnende leraren met Asperger effectief kunnen zijn. Het inzetten van strips en films kan personen met Asperger helpen om de gedachtewereld van anderen te herkennen en te begrijpen. Vervolgens leren ze hun eigen gedrag af te stemmen op dat van anderen.
Meer..

Leraren die over ict-, differentiatie- en coachvaardigheden beschikken, zetten deze vaardigheden niet automatisch in tijdens de les. Onderwijs gericht op gepersonaliseerd leren van leerlingen heeft meer nodig. Zo spelen visie en opvattingen over goed en doelmatig onderwijs een rol. Van belang zijn ook deskundigheden van anderen in de school, materiële randvoorwaarden en de innovatiestrategie. Veel scholen streven naar gepersonaliseerd leren met ict, om daarmee tegemoet te komen aan individuele verschillen tussen leerlingen. Door gebruik te maken van ict en andere technologieën zou het voor leraren gemakkelijker worden om differentiatie en maatwerk in de klas te leveren. Bij het vormgeven van dergelijke gepersonaliseerde leersituaties wordt een beroep gedaan op vermogens als ict-, differentiatie- en coachvaardigheden. Effecten van dergelijke vormen van gepersonaliseerd leren zijn veelbelovend.
Meer..

De werkbelasting die leraren ervaren en hun gevoel van bekwaamheid hangen met elkaar samen. Leerkrachten die een grote werkbelasting of stress ervaren, voelen zich minder bekwaam. En leerkrachten die zich bekwaam voelen, zijn tevredener over hun werk. Of dit voor alle vakken evenveel geldt, is moeilijk te zeggen. Bij cultuureducatie hebben veel groepsleerkrachten het gevoel dat hun kennis tekortschiet. Ze zijn ook minder gemotiveerd voor dit vak dan voor de basisvakken. Leraren die zich bekwaam voelen om bewegingsonderwijs te geven, lijken gemotiveerder voor hun vak.
Meer..

Scholen staan voor de taak om educatief partnerschap een goede invulling te geven. Basis daarvoor vormt een ouderbeleid waarin afspraken, procedures, overlegstructuren en verantwoordelijkheden duidelijk zijn. Daarnaast is het belangrijk dat de partners bereid zijn tot samenwerking met respect voor ieders inbreng. Oudergesprekken blijken effectief wanneer er ruimte is voor uitwisseling, er vertrouwen is en een focus op onderwijsondersteunend gedrag. Gespreksprotocollen, reflectie en intervisie kunnen ondersteuning bieden. En deze kunnen de benodigde partnerschapsvaardigheden van leraren helpen ontwikkelen.
Meer..

De functiemix heeft in 2014 weliswaar geleid tot meer leraren in hogere salarisschalen, maar de beoogde doelstellingen zijn niet gehaald. Slechts een klein deel van de leraren zegt dat schaalpromotie wordt besproken in een formeel gesprek en de helft daarvan leidt daadwerkelijk tot promotie. Ook biedt de functiemix weinig perspectief: slechts ruim een derde van de leraren is tevreden met het salaris.
Meer..

De ene leergemeenschap is de andere niet; er is dus geen universele checklist van succesvolle interventies op te stellen. Binnen leergemeenschappen zijn vier elementen te onderscheiden: de deelnemers, de organisatie waarbinnen zij werken en leren, de kennis die zij delen of vormen en de manier waarop de leergemeenschap wordt vormgegeven en ondersteund. Voor ieder van deze elementen zijn verschillende interventies mogelijk die het leren binnen de gemeenschap faciliteren, afhankelijk van het profiel van de leergemeenschap.
Meer..

Vormen van vakspecialisatie waar leerkrachten in het primair onderwijs zelf taal en rekenen geven aan een eigen groep en zich daarnaast specialiseren in de andere vakken en daarin les geven aan meer groepen, komen weinig voor. Vormen van vakspecialisatie worden vooral ingezet om de prestaties van leerlingen te verbeteren. De verwachte positieve effecten blijken soms wel, soms niet op te treden. Een nadeel van vakspecialisatie is dat de leerkrachten, omdat ze dan met meer leerlingen te maken hebben, hun onderwijs minder goed pedagogisch-didactisch kunnen afstemmen op de behoeften van individuele leerlingen. Dit doet met name bij probleemleerlingen soms afbreuk aan hun prestaties.
Meer..

Netwerken lijken de optimale coördinatievorm in situaties waarin kennisintensiteit, flexibiliteit en vertrouwen een grote rol spelen. De meerwaarde van netwerken sluit goed aan bij de kenmerken van de publieke dienstverlening zoals het onderwijs. Maar of netwerken positieve effecten hebben op het onderwijs, daar is in onderzoek geen bewijs voor gevonden.
Meer..

In het onderwijs kan worden samengewerkt binnen een professionele leergemeenschap. Deze kan het meest effectief bijdragen aan de verbetering van leerlingprestaties, wanneer de leden gericht toewerken naar vooraf concreet geformuleerde doelen en bereid zijn van elkaar te leren. Voor dit collectieve leerproces dienen de deelnemers intensief samen te werken aan onderwijsinhoudelijke producten. Met name de impliciete kennis van de deelnemers expliciteren, draagt bij aan het gezamenlijke leerproces. Wederzijds vertrouwen en openheid zijn hierbij een voorwaarde.
Meer..