WOA

De Kennisrotonde is het online loket voor de snelle beantwoording van vragen uit het onderwijs met kennis uit onderzoek. Iedereen die werkt in of nabij de onderwijspraktijk van het primair onderwijs, voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs kan vragen stellen. Deze vragen beantwoordt de Kennisrotonde met wetenschappelijk gefundeerde inzichten over wat wel en wat niet werkt.
Voor deze website hebben we de vragen geselecteerd die gaan over de thema’s van de werkplaats.
Wil je meer weten of zelf een vraag inbrengen: https://www.nro.nl/kennisrotonde/over/

De invloed van een doorgaande lijn (inhoudelijke en procesmatige afstemming) van voor- naar vroegscholen op leerprestaties en sociaal-emotioneel functioneren is slechts in één studie onderzocht. De onderzoekers vonden geen bewijs voor dit verband. Er is wel onderzoek naar factoren die een rol spelen bij de overgang van voorschool naar basisschool. Maar daarin zijn effecten op leerprestaties en sociaal-emotioneel functioneren niet meegenomen. Wel blijkt dat ouderbetrokkenheid belangrijk is, net als samenwerking tussen professionals rond de inhoud en het volgen van de ontwikkeling van kinderen. Verder kan een soepele overgang een positief effect hebben op de aanpassing van kinderen aan de nieuwe situatie.
Meer..

Onderwijstijdverlenging via verlengde schooldagen heeft een neutraal tot zwak positief effect op de leerprestaties (taal en rekenen) van basisschoolleerlingen. Vooral leerlingen op achterstandsscholen lijken te profiteren van deelname. Wat het optimaal aantal uren is voor de verlenging, is niet bekend. Meer uren leiden tot betere prestaties, maar waar het omslagpunt ligt, is onduidelijk. Programma’s gericht op niet-cognitieve ontwikkeling van leerlingen dragen positief bij aan het zelfbeeld van leerlingen en zorgen voor minder probleemgedrag. Daarnaast hebben leerlingen een betere band met school, minder drugsgebruik en positievere interacties met anderen.
Meer..

Basisschoolleerkrachten kunnen leerlingen die het Nederlands niet goed beheersen op verschillende manieren bij de reguliere zaakvaklessen betrekken. Bijvoorbeeld door hen voorafgaand aan de les de belangrijkste woorden te leren. Ook kan de leerkracht de uitleg in het Nederlands geven, de lesstof versimpelen en moeilijk lesmateriaal overslaan. Leerlingen kunnen antwoorden in het Engels of in hun moedertaal en dat antwoord naar het Nederlands vertalen.
Meer..

Wat kunnen leerkrachten doen om het welbevinden van cognitief zwakkere leerlingen te bevorderen? Werken in homogene niveaugroepen kan ten koste gaan van het zelfvertrouwen en welbevinden van leerlingen in lagere niveaugroepen. Leerkrachten bieden deze leerlingen soms minder rijke en motiverende instructie aan. Door de focus te verbreden (niet alleen cognitieve vakken) en ruimte te bieden voor eigen keuzes in een positieve sfeer kan de leerkracht bijdragen aan het welbevinden van leerlingen.
Meer..

Theorieën over groepsontwikkeling proberen antwoord te vinden op de vraag hoe groepen zich door de tijd heen ontwikkelen. Er zijn verschillende van dit soort theorieën. Een van de bekendste is de theorie van Tuckman, die ook wordt toegepast in het basisonderwijs. Het is echter niet duidelijk of toepassing van deze theorie kan bijdragen aan een positief klasklimaat.
Meer..

Leerlingen van hoger opgeleide ouders en van ouders met een hoger inkomen behalen hogere Cito-scores dan leerlingen van lager opgeleide ouders en van ouders met een lager inkomen. Hetzelfde effect is te zien bij de schooladviezen aan het einde van de basisschool. Naarmate het opleidingsniveau van ouders (of hun inkomen) hoger is, stijgt voor het kind de kans op een hoger advies en daarmee op doorstroom naar hogere niveaus in het voortgezet onderwijs.
Meer..

Escalerend leerlinggedrag kan worden voorkomen of verminderd door gerichte interventies van de leraar. Bijvoorbeeld door een time-out, het tijdelijk de klas uitsturen van een leerling. De leraar moet in dat geval kunnen vertrouwen op een deskundige collega, een achterwacht, die de leerling opvangt en tot rust brengt. Deze ondersteuning vereist verbale en non-verbale vaardigheden, alsmede zelfbeheersing, empathie en inzet van lichaamstaal. Over het effect van de achterwacht op scholen is weinig bekend.
Meer..

Basisschoolleerkrachten kunnen leerlingen die het Nederlands niet goed beheersen op verschillende manieren bij de reguliere zaakvaklessen betrekken. Bijvoorbeeld door hen voorafgaand aan de les de belangrijkste woorden te leren. Ook kan de leerkracht de uitleg in het Nederlands geven, de lesstof versimpelen en moeilijk lesmateriaal overslaan. Leerlingen kunnen antwoorden in het Engels of in hun moedertaal en dat antwoord naar het Nederlands vertalen.
Meer..

De invloed van een doorgaande lijn (inhoudelijke en procesmatige afstemming) van voor- naar vroegscholen op leerprestaties en sociaal-emotioneel functioneren is slechts in één studie onderzocht. De onderzoekers vonden geen bewijs voor dit verband. Er is wel onderzoek naar factoren die een rol spelen bij de overgang van voorschool naar basisschool. Maar daarin zijn effecten op leerprestaties en sociaal-emotioneel functioneren niet meegenomen. Wel blijkt dat ouderbetrokkenheid belangrijk is, net als samenwerking tussen professionals rond de inhoud en het volgen van de ontwikkeling van kinderen. Verder kan een soepele overgang een positief effect hebben op de aanpassing van kinderen aan de nieuwe situatie.
Meer..

Werken in homogene niveaugroepen kan ten koste gaan van het zelfvertrouwen en welbevinden van leerlingen in lagere niveaugroepen. Leerkrachten bieden deze leerlingen soms minder rijke en motiverende instructie aan. Door de focus te verbreden (niet alleen cognitieve vakken) en ruimte te bieden voor eigen keuzes in een positieve sfeer kan de leerkracht bijdragen aan het welbevinden van leerlingen.
Meer..

Woordlabels kunnen deel uitmaken van een tekstrijke omgeving voor leerlingen in groep 1 en 2. Hoewel er geen onderzoek is naar de effecten van het labelen van voorwerpen, is wel bekend dat tekstrijke omgevingen taalontwikkeling bevorderen. Belangrijk daarbij is dat tekst betekenisvol is en dat leerkrachten kinderen betrekken in het gebruik van deze teksten, bijvoorbeeld in spel. Ook moeten leerkrachten hun klaslokaal bewust inrichten; een teveel aan (visuele) prikkels kan afleidend werken.
Meer..

Onderwijstijdverlenging via verlengde schooldagen heeft een neutraal tot zwak positief effect op de leerprestaties (taal en rekenen) van basisschoolleerlingen. Vooral leerlingen op achterstandsscholen lijken te profiteren van deelname. Wat het optimaal aantal uren is voor de verlenging, is niet bekend. Meer uren leiden tot betere prestaties, maar waar het omslagpunt ligt, is onduidelijk. Programma’s gericht op niet-cognitieve ontwikkeling van leerlingen dragen positief bij aan het zelfbeeld van leerlingen en zorgen voor minder probleemgedrag. Daarnaast hebben leerlingen een betere band met school, minder drugsgebruik en positievere interacties met anderen.
Meer..

Escalerend leerlinggedrag kan worden voorkomen of verminderd door gerichte interventies van de leraar. Bijvoorbeeld door een time-out, het tijdelijk de klas uitsturen van een leerling. De leraar moet in dat geval kunnen vertrouwen op een deskundige collega, een achterwacht, die de leerling opvangt en tot rust brengt. Deze ondersteuning vereist verbale en non-verbale vaardigheden, alsmede zelfbeheersing, empathie en inzet van lichaamstaal. Over het effect van de achterwacht op scholen is weinig bekend.
Meer..

Basisschoolleerkrachten kunnen leerlingen die het Nederlands niet goed beheersen op verschillende manieren bij de reguliere zaakvaklessen betrekken. Bijvoorbeeld door hen voorafgaand aan de les de belangrijkste woorden te leren. Ook kan de leerkracht de uitleg in het Nederlands geven, de lesstof versimpelen en moeilijk lesmateriaal overslaan. Leerlingen kunnen antwoorden in het Engels of in hun moedertaal en dat antwoord naar het Nederlands vertalen.
Meer..

School-Wide Positive Behavior Support is een interventie die sociaal gedrag bevordert en gedragsproblemen bij leerlingen gericht aanpakt. De inzet ervan kan probleemgedrag verminderen en sociale competenties van leerlingen bevorderen. Effecten op leerprestaties zijn nauwelijks onderzocht.
Meer..

Stoeiende kinderen kunnen stoom afblazen, hun motoriek ontwikkelen, experimenteren met rollen en leren om hun gedrag te reguleren. Bij kwetsbare kinderen zijn de effecten minder positief, zij hebben moeite speels gedrag goed te interpreteren, waardoor stoeien gemakkelijker omslaat in vechten en agressief gedrag. Schoolbrede programma’s voor positieve gedragsondersteuning leren kinderen adequaat gedrag aan. Verder kunnen scholen vechtsporten als judo aanbieden om leerlingen te leren op een gereguleerde manier te stoeien.
Meer..

Pesten binnen het onderwijs kan worden teruggedrongen; een aantal antipestprogramma’s is effectief gebleken. Effectieve aanpakken combineren interventies op school-, klassikaal en individueel niveau. Antipestprogramma’s richten zich veelal op een breed scala aan doelen; niet alleen het terugdringen van pesten, maar ook het bevorderen van welbevinden, weerbaarheid, het aanleren van sociaal gedrag, et cetera. Welk programma voor een bepaalde school de beste keus is, hangt af van de context en de concrete doelen die de school ermee wil bereiken.
Meer..

De invloed van een doorgaande lijn (inhoudelijke en procesmatige afstemming) van voor- naar vroegscholen op leerprestaties en sociaal-emotioneel functioneren is slechts in één studie onderzocht. De onderzoekers vonden geen bewijs voor dit verband. Er is wel onderzoek naar factoren die een rol spelen bij de overgang van voorschool naar basisschool. Maar daarin zijn effecten op leerprestaties en sociaal-emotioneel functioneren niet meegenomen. Wel blijkt dat ouderbetrokkenheid belangrijk is, net als samenwerking tussen professionals rond de inhoud en het volgen van de ontwikkeling van kinderen. Verder kan een soepele overgang een positief effect hebben op de aanpassing van kinderen aan de nieuwe situatie.
Meer..

Theorieën over groepsontwikkeling proberen antwoord te vinden op de vraag hoe groepen zich door de tijd heen ontwikkelen. Er zijn verschillende van dit soort theorieën. Een van de bekendste is de theorie van Tuckman, die ook wordt toegepast in het basisonderwijs. Het is echter niet duidelijk of toepassing van deze theorie kan bijdragen aan een positief klasklimaat.
Meer..

Tutorlezen is een effectieve aanvulling op de klassikale leesinstructie. Het bevordert vloeiend lezen en heeft een positief effect op onder andere leesmotivatie en zelfvertrouwen. Wil tutorlezen effectief zijn dan zal het meerdere malen per week in korte sessies moeten plaatsvinden. Belangrijk is daarbij dat het leesmateriaal aansluit op de interesses en het niveau van de zwakkere lezers (de tutee). De tutoren (leerlingen uit hogere groepen of leerlingen met een betere leesvaardigheid) moeten vooraf worden getraind. En hoewel een goede relatie tussen de tutor en tutee essentieel is, dient de samenstelling van tutor-tutee koppels minimaal maandelijks te wisselen.
Meer..

Basisschoolleerkrachten kunnen leerlingen die het Nederlands niet goed beheersen op verschillende manieren bij de reguliere zaakvaklessen betrekken. Bijvoorbeeld door hen voorafgaand aan de les de belangrijkste woorden te leren. Ook kan de leerkracht de uitleg in het Nederlands geven, de lesstof versimpelen en moeilijk lesmateriaal overslaan. Leerlingen kunnen antwoorden in het Engels of in hun moedertaal en dat antwoord naar het Nederlands vertalen.
Meer..

Het gebruik van formatieve assessment is bewezen effectief om leren te verbeteren. Daarbij is het belangrijk om leerdoelen te bespreken, de voortgang van het leren te bewaken, feedback te geven, leerlingen eigenaar van hun leerproces te laten zijn en leerlingen te laten samenwerken. Specifiek voor sterke rekenaars is het essentieel dat leerstofaanbod en instructie passen bij de leerbehoefte. Bovendien profiteren zij van rekenprogramma’s waarin hogere orde denkvaardigheden en oplossingsmethoden worden aangesproken.
Meer..

Om recht te doen aan verschillen tussen leerlingen maakt een aantal scholen gebruik van de theorie over meervoudige intelligentie (MI). Hoewel er aanwijzingen zijn dat aandacht voor MI gunstig zou werken bij wiskunde, is er weinig deugdelijk wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de toepassing en de effecten van deze theorie in het onderwijs. Of de theorie invloed heeft op de leerresultaten weten we dus niet. Er zijn andere, wél met onderzoek onderbouwde manieren om recht te doen aan verschillen tussen leerlingen. Deze worden beschreven.
Meer..

Over de effecten van een wisselende samenstelling van groepen op de basisschool is weinig bekend. De samenstelling van de groep – wat betreft etniciteit, prestatieniveau, sekse en sociaal milieu – heeft nauwelijks invloed op de onderwijsprestaties. Ook het veranderen van de samenstelling lijkt hier weinig invloed op te hebben. Ook blijkt het vormen van combinatieklassen niet nadelig voor de schoolprestaties.
Meer..

Meerdere factoren hebben invloed op de resultaten van de (Cito)-eindtoets in het primair onderwijs. We noemen de belangrijkste. De behaalde resultaten hangen samen met aanleg/intelligentie. Een andere belangrijke factor is leertaakgerichtheid en concentratie in de klas. Op sommige onderdelen scoren de meisjes wat hoger, op andere de jongens. Het opleidingsniveau en de etnische herkomst van ouders zijn belangrijke voorspellers; het inkomen van de ouders minder. Leerlingen uit de vier grote steden scoren als groep in de regel wat lager.
Meer..

Effecten van de samenstelling van de leerlingpopulatie op leerprestaties en welbevinden in het basisonderwijs kunnen nauwelijks worden aangetoond, zo blijkt uit het vele onderzoek hiernaar. Dat geldt voor de samenstelling van de leerlingpopulatie naar verschillende soorten kenmerken zoals prestatieniveau, gender, leeftijd, sociaal-economische status en etniciteit.
Meer..

Gepersonaliseerd onderwijs heeft een positief effect op leeropbrengsten, vooral zelfregulerend leren en gebruik van ict. Gepersonaliseerd leren vereist van leerlingen goede metacognitieve en zelfregulerende vaardigheden. Die vaardigheden bevorderen de motivatie van leerlingen en maken dat ze zich competenter voelen. Bovendien gaan de leerresultaten omhoog. De invoering van gepersonaliseerd leren kan het beste geleidelijk plaatsvinden. De sturing door de leerkracht neemt via gedeelde sturing af tot de uiteindelijke zelfsturing door leerlingen.
Meer..

Leerlingen die een verlengde kleuterbouw doorlopen, behalen in groep 4 hogere scores op reken- en taaltoetsen dan leerlingen die (versneld) doorstromen naar groep 3. Op de korte termijn heeft versneld doorstromen naar groep 3 dus gemiddeld genomen een negatief effect. Echter, later in de schoolloopbaan (in groep 6 en 8) verdwijnt dit verschil. Deze resultaten sluiten aan bij meer algemeen onderzoek naar zittenblijven, waaruit blijkt dat positieve effecten zich alleen op korte termijn voordoen en niet op de langere termijn.
Meer..

Dat er een effect is van aandacht voor verschillende leerstijlen en/of meervoudige intelligentie op de leesvaardigheid (begrijpend lezen) in een vreemde taal wordt niet bevestigd op basis van een literatuurstudie. Het gebruik van leesstrategieën blijkt wel een effectieve manier om de leesvaardigheid in een vreemde taal te ontwikkelen.
Meer..

Zittenblijven in het primair onderwijs heeft in het algemeen geen positief effect op de (cognitieve) leerprestaties, ook niet op langere termijn. Onderzoek naar de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen laat zowel positieve als negatieve gevolgen zien. De gevonden positieve gevolgen op korte termijn zijn op langere termijn weer verdwenen. Het versnellen van (hoog)begaafde leerlingen lijkt een positief effect te hebben op de cognitieve ontwikkeling, ook op langere termijn. Er zijn bij deze leerlingengeen significant negatieve effecten op de sociaal-emotionele ontwikkeling gevonden.
Meer..

Bekend is dat zorgleerlingen met leerstoornissen of gedragsmoeilijkheden in het regulier onderwijs die (nog) niet zijn verwezen naar het speciaal onderwijs, een lager welbevinden hebben dan vergelijkbare leerlingen in het speciaal onderwijs. Dat komt doordat zij zich, anders dan bijvoorbeeld licht verstandelijk beperkte leerlingen, vergelijken met de ‘gemiddelde’ leerling op een reguliere school. Er zijn echter geen onderzoeksresultaten beschikbaar die iets zeggen over het effect van de overstap van regulier onderwijs naar speciaal onderwijs of andersom op het welbevinden van leerlingen.
Meer..

Kinderen in een kleine kring of groep plaatsen voor extra aandacht of een aanpak op maat kan tot betere prestaties leiden. Hoogpresteerders profiteren meer van deze aanpak dan laagpresteerders; voor laagpresteerders is deze werkwijze in veel gevallen eerder nadelig. Laagpresteerders leren het best in een heterogene setting, met leerlingen die beter presteren.
Meer..

Er is geen eenduidig antwoord te geven of leren in het voortgezet onderwijs beter gaat volgens convergente of divergente differentiatie. Bij convergente differentiatie ligt de nadruk op het gemeenschappelijk behalen van de minimumdoelen. Om de leerlingen de gemeenschappelijke einddoelen te laten bereiken, wordt gedifferentieerd naar niveau, leerstijl of tempo. Bij divergente differentiatie staat de individuele begeleiding van leerlingen bij hun leerproces centraal. Leerlingen doorlopen een eigen leerroute met passende doelen en instructie. De verschillen tussen goed en minder presterende leerlingen nemen toe (Bosker, 2005). In beide vormen van differentiatie moeten docenten het niveau en de onderwijsbehoeften van hun leerlingen goed inschatten; ict kan daarbij een bruikbaar hulpmiddel zijn.
Meer..

Maatwerk is een verzamelterm voor een groot aantal verschillende manieren om het onderwijsaanbod beter aan te laten sluiten op de behoeften van leerlingen. Zo wordt maatwerk in verband gebracht met bijvoorbeeld differentiatie, flexibilisering, individualisering, personalisering en talentontwikkeling. De verwachting is dat leerlingen door dit maatwerk meer en beter worden uitgedaagd. En dat zou een positieve invloed kunnen hebben op de leermotivatie/leerhouding van leerlingen, zodat hun onderwijsprestaties verbeteren. Of dit ook zo uitpakt, is (nog) niet door onderzoek bevestigd.
Meer..

Kinderen ontwikkelen al op jonge leeftijd stereotiepe beelden van zichzelf en anderen in relatie tot ras en etniciteit. Op welke manier kan het onderwijs kinderen bijbrengen dat iedereen gelijkwaardig is ongeacht iemands huidskleur? Aanpakken die contact tussen verschillende (etnische) groepen stimuleren, en aanpakken die empathie en perspectief nemen bevorderen, blijken daarvoor een goede insteek. Dat kan zowel projectmatig als structureel ingebed in het pedagogisch beleid.
Meer..

Er bestaat niet één effectieve methode of techniek om de taalontwikkeling van NT2-kinderen te stimuleren. Taalontwikkeling hangt eerder samen met de leeromgeving en met de interactie in de klas. Een krachtige, taakgerichte leeromgeving is belangrijk. Verder moet er sprake zijn van een veilig en positief klimaat, van betekenisvolle en functionele taken en van ondersteuning door productieve interactie. Ook leren buiten de school is van belang voor de taalontwikkeling van deze leerlingen.
Meer..

Meisjes zijn in het onderwijs meer risicomijdend en hebben meer moeite met het maken van fouten dan jongens. Als meisjes denken dat een opdracht te moeilijk voor hen is, zijn ze eerder dan jongens geneigd om op te geven. Dit geldt het sterkst voor meisjes met een hoog IQ. Het besef van eigen talent en begaafdheid helpt meisjes niet om hun faalangst te overwinnen, integendeel. Anderzijds werken meisjes, meer dan jongens, planmatig en gedisciplineerd aan hun schoolwerk. Als ze een positieve terugkoppeling krijgen op deze inzet, raken ze minder snel ontmoedigd door tegenslagen. Opvoeders en leraren kunnen meisjes helpen door ze te prijzen voor hun inzet, niet voor hun talenten.
Meer..

Het schoolplein verdelen in zones en het eerlijker verdelen van hotspots hebben een positief effect op de activiteiten van leerlingen tijdens de pauzes. Vooral jonge kinderen, meisjes en kinderen die op een ongestructureerd schoolplein weinig actief zijn, kunnen dan beter uit de voeten.
Meer..

Kinderen profiteren van bewegend leren omdat het een positieve invloed heeft op voor leren belangrijke hersenactiviteiten en daardoor op de leerprestaties. Bewegend leren met daartoe ontwikkelde programma’s als Fit en Vaardig leidt – ook op langere termijn – tot leerwinst bij zowel rekenen als taal. Er is nog maar weinig onderzocht of bewegend leren tot verschillende opbrengsten bij jongens en meisjes leidt. De publicaties die wel sekseverschillen noemen, geven aan dat meisjes meer profiteren, zonder dat te verklaren. Bij Playing for Success, een programma met buitenschoolse sportactiviteiten, wordt in een enkel geval indirect verwezen naar sekseverschillen. Teruggetrokken kinderen of kinderen met internaliserende gedragsproblemen (dit zijn vaker meisjes) profiteren het meest van die activiteiten.
Meer..

Er werken weinig mannen in het primair onderwijs (po) en de zogenoemde feminisering van het onderwijs wordt geregeld als onwenselijk gezien. Uit de gevonden studies blijkt echter dat het geslacht van de leraar niet of nauwelijks invloed heeft op het gedrag en de prestaties van kinderen. Onderzoek naar gemengde teams in andere sectoren van de arbeidsmarkt laat zien dat teams met ongeveer evenveel mannen als vrouwen tot betere prestaties komen dan teams met een meerderheid mannen of vrouwen.
Meer..

Verschillen in cognitieve prestaties tussen jongens en meisjes zijn klein en wisselend. Wel verlopen de schoolloopbanen van meisjes gunstiger. Er zijn onderzoeken die erop wijzen dat jongens en meisjes anders behandeld worden in de klas. Maar een directe relatie tussen het gedrag van de leraar en seksespecifieke prestaties van leerlingen lijkt te ontbreken.
Meer..